Gezag en omgang

Iedereen in Nederland die jonger is dan 18 jaar staat onder gezag. Dit betekent dat zij sommige beslissingen niet zelfstandig mogen nemen. Meestal hebben de ouders het gezag. Er zijn verschillende soorten gezag: ouderlijk gezag, gezamenlijk gezag en voogdij.

Als u gezag hebt over een kind, dan bent u verantwoordelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind. U beheert het geld en de spullen van het kind en ben de wettelijk vertegenwoordiger. De wettelijk vertegenwoordiger is vaak wettelijk aansprakelijk voor wat het kind doet. Vanaf 14 jaar kan een kind zelf aansprakelijk zijn.

Omgangsregeling

Er zijn verschillende soorten gezag: ouderlijk gezag door één of twee ouders; gezamenlijk gezag van een ouder en een niet-ouder; voogdij en gezamenlijke voogdij. In vrijwel alle gevallen behouden de ouders na scheiding samen het gezag over de kinderen. Zij hebben recht op en de plicht tot omgang met hun kinderen. Ouders die gezag hebben, moeten een zorgverdeling maken. Kunt u het niet eens worden over de omgang? Dan kan uw advocaat de rechter vragen een omgangsregeling vast te stellen. Dat kan ook als u niet getrouwd bent geweest.

Behalve de ouder(s) kunnen mensen die een nauwe persoonlijke band met het kind hebben een omgangsregeling vragen. Bijvoorbeeld de ex-partner of ex-voogd. Ook pleegouders, stiefouders of grootouders kunnen een omgangsregeling vragen. Een ouder kan de rechter vragen om de andere ouder geen omgang (meer) te laten hebben, indien de omgang niet goed is voor de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van het kind en als een ouder niet geschikt is voor omgang of zich niet aan de omgangsregeling kan houden.

Ook als een kind 12 jaar of ouder is en ernstige bezwaren tegen de omgang heeft of de omgang om andere redenen niet goed is voor het kind kan de rechter beslissen dat een ouder geen omgang meer mag hebben. Als de situatie verandert kunt u de rechter om een wijziging vragen. Lukt het niet een goede  omgangsregeling te maken of wordt deze niet nageleefd, dan kunt u het beste een advocaat of mediator inschakelen.

De ouder die het gezag heeft moet de ouder zonder gezag informatie geven over de kinderen, bijvoorbeeld over gezondheid en school. Als de ouder met gezag belangrijke beslissingen wil nemen over de kinderen, moet hij de mening vragen van de ouder zonder gezag. De ouder met gezag beslist uiteindelijk. Uw advocaat kan de rechter vragen om een informatieregeling vast te stellen. De rechter kan beslissen dat de ouder zonder gezag geen informatie meer krijgt. De ouder met het gezag kan hierom vragen, maar de rechter kan dit ook zelf beslissen. Ook andere mensen die door hun beroep belangrijke informatie over het kind hebben, zoals bijvoorbeeld leraren, moeten informatie geven aan de ouder zonder gezag als die daarom vraagt.Hoe krijgt u een omgangsregeling of informatieregeling? Als u een regeling wilt, moet u de rechter daarom vragen. De rechter bepaalt wat er in de regeling komt te staan.