31 mrt 2016

Voorzieningenrechter: geen wietplantage?

OPIUMWET 13b. Naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter is het kennelijk aantreffen van niet nader aangeduide hennepresten onvoldoende om te concluderen dat in het pand een middel als bedoeld in lijst I of II, zoals hennep, verkocht, afgeleverd of verstrekt wordt dan wel daartoe aanwezig is. De voorzieningenrechter is geen lijn in de rechtspraak bekend die tot een andere conclusie zou kunnen leiden. Dit betekent dat niet vast is komen te staan dat verweerder bevoegd was om op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, handhavend op te treden: ECLI:NL:RBNNE:2016:331.

[begin]